Wat bepaald jouw werkliefde?
Vind je je werk leuk? Krijg je er energie van? Voel je je gewaardeerd voor wat je doet? En ga je aan het eind van de dag moe naar huis, of moe én voldaan?
Die vragen gaan eigenlijk allemaal over hetzelfde: werkliefde. Voor de één telt de eerste vraag het zwaarst, voor de ander de laatste.
Veel organisaties staan deze week stil bij vitaliteit: fruit op de balie, een workshop over energie, een gezamenlijke wandeling. Mooi initiatief, maar het is niet hetzelfde als werkliefde. Vitaliteit gaat over hoe je je nu voelt. Werkliefde gaat dieper: over wat je werk voor je betekent, en of je daar op de lange termijn iets aan hebt, of juist steeds meer moeite mee krijgt.
Werkliefde is geen vinkje
Werkliefde is geen vinkje dat je afvinkt met de juiste voorwaarden. Vraag vijf collega's wat hen voldoening geeft, en je krijgt vijf verschillende antwoorden. De één vindt het fijn om nuttig te zijn, dat zijn werk ergens toe dient. Een ander wil vooral erkenning, of gewoon eerlijk beloond worden voor iets waar hij goed in is. Weer een ander doet het puur voor het vak zelf: het onderwerp dat hem blijft boeien.
Geen van die antwoorden is fout, en geen ervan is het hele verhaal. Werkliefde is voor iedereen een andere mix, geen vast recept van voldoening, plezier en zingeving samen. Daarom is het ook lastig voor een organisatie om er iets aan te doen: één initiatief voor iedereen raakt nooit iedereen.
Vier vragen die samen werkliefde vormen
Wie wil weten waar zijn eigen werkliefde vandaan komt, kan bij vier vragen stilstaan.
De eerste: hoe werk je van nature? In een hoog tempo, of juist rustig en stap voor stap? Veel overleg, of liever alleen? Dat noemen we Persoonlijke Stijl, ook wel DISC. Geen vast label, wel een duidelijke voorkeur.
De tweede: wat maakt dat werk voor jou de moeite waard is? Werk je het liefst naar je eigen doel toe, of pas als het ook goed is voor de groep? Dat zijn je Persoonlijke Waarden: de overtuiging die maakt dat werk voor jou ergens toe dient.
De derde: waar krijg je van nature meer zin in dan in andere zaken? Niet wat je zou moeten kiezen, maar wat je zelf zou kiezen. Dat brengen de twaalf Persoonlijke Interesses in kaart, en dat voelt vaak, maar niet altijd, als energie.
De vierde gaat niet over voorkeur, maar over vaardigheid: hoe goed ken je jezelf en je eigen emoties, hoe uit je die, hoe maak je contact met anderen, en hoe ga je om met tegenslag, druk en waardering? Dat meet EQ-i 2.0.
Waarom deze vier niet los van elkaar staan
Elk van die vier geeft een stukje van het antwoord, maar nooit het hele antwoord. Neem een adviseur die precies het vraagstuk krijgt waar hij warm van wordt: zijn interesse klopt helemaal. Hij werkt zelf gestructureerd en precies, dus hij heeft van nature meer tijd nodig dan zijn snelle, resultaatgerichte collega's. Dat is op zich geen probleem.
Wat wel wringt, is wat hij vindt: voor hem is iets pas goed gedaan als je het grondig hebt uitgezocht. Zorgvuldig werken hoort voor hem bij het waarmaken van je afspraken. In een team waar snelheid boven diepgang gaat, moet hij daardoor telkens water bij de wijn doen.
Zolang hij genoeg energie heeft, valt dat niemand op. Maar zijn EQ-i laat zien hoe lang hij dat volhoudt voordat het gaat knagen. En daar zit het verschil: stijl, waarden en interesses vormen samen het Persoonlijke Motivatie Profiel en laten zien wat iemand wil. EQ-i staat daar niet los naast als aparte vierde factor, maar laat zien of iemand dat ook waar kan maken, juist als het lastig wordt.
Een vraag voor deze week
Wil je dit deze week concreet maken? Stel jezelf, of je team, één vraag: wanneer voelde je voor het laatst dat je werk echt bij je paste, en wat maakte dat moment anders dan een gewone dag?
Benieuwd naar je eigen mix van stijl, waarden, interesses en veerkracht? Bekijk het Persoonlijke Motivatie Profiel op. q4profiles.nl/profiel/motivatie